‘Waar wij komen daalt het verzuim’
Frank Vijg, de nieuwe directeur van Arbodienst Tredin, weet als geen ander hoe je het ziekteverzuim omlaag kunt brengen. In zijn vorige baan, directeur van Thuiszorg Den Haag, halveerde in een jaar tijd het verzuim. Hij werkte toen samen met Tredin. Nu is hij sinds april directeur van deze Arbo-dienst. Het geheim? Leidinggevenden moeten zelf het gesprek met de zieke leerkracht voeren en dat niet uitbesteden aan de Arbo-arts.
“Zeventig procent van de klachten heeft geen medische oorzaak”, zegt Frank Vijg. “Dus daar heb je de Arbo-arts niet bij nodig”. Het gaat dan om klachten zoals vermoeidheid of hoofdpijn waarmee de een wel gaat werken en de ander niet. Of iemand met die klachten aan het werk kan, is moeilijk te beoordelen. “De Arbo-arts gaat meestal aan de veilige kant zitten en zegt tegen een zieke leraar “blijf jij maar drie weken thuis”. Maar die leraar is daar vaak helemaal niet mee geholpen en de school heeft hem nodig en wil dat hij snel weer voor de klas staat.” Tredin werkt daarom met arbeidsdeskundigen die regelmatig op de school komen. Zij weten wat er speelt in de organisatie en bekijken hoe iemand zo snel mogelijk weer aan de slag kan. Pas als er vragen op medisch gebied zijn, wordt de arts ingeschakeld.
Kritische vragen
Op scholen die met Tredin werken, is de direct leidinggevende altijd de eerste die met een ziek personeelslid praat. Die vraagt wat er precies aan de hand is, wanneer hij er weer is, wat hij nog wél kan doen. Frank Vijg: “Bij elk verzuim stelt de leidinggevende vragen, bij de een zijn dat kritische vragen, bij de ander meer belangstellende vragen.” Zo laat de leidinggevende zien dat verzuimen niet gewoon is. Daardoor verandert de cultuur in de school en gaat het personeel anders tegen ziekteverzuim aankijken. “Verzuim ontstaat namelijk ook omdat mensen denken dat het normaal is om te verzuimen. Terwijl wij naar een organisatie toe willen waar het uitgangspunt is dat je er gewoon bent.”
Als iemand vaak ziek is, gaat de leidinggevende met hem praten. Vijg vindt dat je mensen kunt aanspreken op langdurig of regelmatig verzuim. “In de lerarenkamer gaat zo iemand ook gewoon over de tong, het is geen geheim wiens lessen vaak uitvallen.” In zo’n gesprek wordt, als het goed is, duidelijk waarom iemand zo vaak verzuimt. En als duidelijk is wat er aan de hand is, kan de school er iets aan doen. Ligt het aan de arbeidsomstandigheden dan kan een leerkracht misschien anders ingeroosterd worden of op een andere locatie gaan werken.
Huilbaby
Ook als iemand veel verzuimt vanwege privé-problemen, kun je hem daar op aanspreken, vindt de directeur van Tredin. Want ook die problemen kunnen pas worden opgelost als duidelijk is wat er aan de hand is. De verantwoordelijkheid om iets aan de situatie te veranderen, ligt in dit geval bij het personeelslid, maar de organisatie kan een handje helpen. Zo had Vijg, toen hij directeur was van Thuiszorg Den Haag, een coördinator in dienst die regelmatig een paar dagen griep had. Na lang doorvragen bleek dat deze man thuis een huilbaby had en eens in de zoveel tijd bij moest tanken vanwege oververmoeidheid. Het team dat deze man leidde, functioneerde daardoor niet goed.
“Ik heb hem toen gevraagd of hij thuis naar een oplossing kon zoeken, maar die was er niet. Toen is hij een tijdje met behoud van salaris in een minder verantwoordelijke functie gaan werken tot het beter ging.”
Regelmatig ziekteverzuim moet dus besproken worden omdat anders het ten koste van de organisatie gaat. Het voeren van verzuimgesprekken is niet eenvoudig, de arbeidsdeskundigen trainen de leiding van een school hierin.
Inge Klijn
Ledenkorting bij Tredin