Alexander Rinnooy Kan: goede managers onmisbaar’
Goede managers zijn voor het onderwijs net zo onmisbaar als goede leraren. Dat zegt voorzitter Alexander Rinnooy Kan van de Sociaal-Economische Raad (SER). Hij is ongelukkig met de kritiek die minister Ronald Plasterk van OCW eerder dit jaar op de onderwijsmanagers had.
Minister Plasterk zei op het congres van de Algemene Onderwijsbond (AOb) op 12 juni in Utrecht dat het onderwijs tegenwoordig wordt bepaald door managers die vaak twee keer zoveel verdienen als leraren en die hen als pionnen heen en weer schuiven. “Daar moeten we vanaf”, aldus de minister van OCW, die daar op het AOb-congres luid applaus voor kreeg. Later die maand herhaalde hij zijn kritiek in Vrij Nederland, in een artikel met de veelzeggende titel ‘Weg met de managers’.
De kritiek van Plasterk leidde in de managerswereld tot gefronste wenkbrauwen. Zo vertelt bestuurder Henk van der Esch van de Orchidee Scholengroep in de Achterhoek in het jongste Kernthema Good Governance van VOS/ABB, dat de politiek ‘moet stoppen met de aanhoudende stroom van ongenuanceerde, gezagsondermijnende en apert onjuiste uitlatingen over onderwijsmanagers en professionele schoolbestuurders’. Van der Esch noemt het ‘onaanvaardbaar en zelfs beschamend voor zijn ambt dat de minister bijna oproept tot een machtsovername door de leraren’. Goed leiderschap is volgens Van der Esch een van de succesfactoren voor goed onderwijs.
’Meer steun dan kritiek
SER-voorzitter Rinnooy Kan, die de tijdelijke Commissie Leraren leidde, is het daarmee eens. “De managersrol is een serieuze rol. Laat er geen misverstand over bestaan! Goede managers zijn net zo onmisbaar voor het onderwijs als goede leraren.” Het beeld van de veelverdienende manager die leraren als pionnen heen en weer schuift, noemt hij een ‘ongelukkige karikatuur’.
“Er gaat overal wel eens iets mis, maar je moet oppassen dat je niet alle managers over één kam scheert. Dat is heel vervelend voor al diegenen die het goed doen. En ik weet dat het op heel veel scholen goed gaat. De meeste onderwijsmanagers verdienen net als de meeste leraren meer steun dan kritiek”, aldus de SER-voorzitter. Hij adviseert managers die zich aan de uitspraken van minister Plasterk hebben gestoord, om zich er, hoe moeilijk dat ook kan zijn, niet zo druk over te maken. “Het hoort bij het vak van leidinggevende dat je tegen kritiek moet kunnen, ook als die onterecht is. Of zoals ze in Amerika zeggen: If you can’t take the heat, stay out of the kitchen! Dit vraagt dus om een nuchtere reactie. Zorg gewoon dat je je zaken goed op orde hebt, en wees transparant naar de buitenwereld. De samenleving rekent op je! Een goede verantwoording aan leraren, maar ook aan gemeenten, ouders, leerlingen en alle andere mensen die bij het onderwijs betrokken zijn, is daarbij heel belangrijk.”
’Zorgwekkende situatie’
Rinnooy Kan onderzocht met de tijdelijke Commissie Leraren de mogelijkheden om het groeiende lerarentekort te bestrijden. Zoals bekend was een onderdeel van zijn advies, dat in september werd gepubliceerd, om ruim 1 miljard euro extra uit te trekken om de positie van de leraren te versterken. De positie van de onderwijsmanagers komt in het advies veel minder prominent naar voren.
“Dat klopt, want wij hadden de opdracht gekregen om naar de toenemende lerarentekorten te kijken, en niet naar de tekorten aan onderwijsmanagers. Maar wat je inderdaad ziet, is dat het vooral in het primair onderwijs steeds moeilijker wordt om goede directeuren te vinden. In 2011 wordt er, geloof ik, een tekort van 5 procent verwacht. Dat is een zorgwekkende situatie, want een goede schoolleider is essentieel, vooral in relatief kleine organisaties als basisscholen. Daar maakt een goede manager echt het verschil, bijvoorbeeld bij het aantrekken van goede leraren.”
“Waarbij ik direct wil zeggen dat een goede leraar niet altijd een goede manager hoeft te zijn”, vervolgt Rinnooy Kan. “Het is toch een heel ander vak, of je voor de klas staat of dat je leiding geeft aan een organisatie. Het is voor mij heel duidelijk dat ook de groeiende tekorten aan leidinggevenden in het onderwijs de komende jaren voldoende aandacht moeten krijgen, niet in het minst van het ministerie van Onderwijs, maar ook van organisaties als VOS/ABB.” In het Actieplan LeerKracht, dat minister Plasterk in november presenteerde als antwoord op het advies van Rinnooy Kan, krijgen de schoolleiders in het primair onderwijs die extra aandacht. Juist in deze groep wordt de komende jaren een groot tekort verwacht. Een salarisverhoging van 275 euro bruto per maand moet dit groeiende tekort tegengaan.
Het interview met Henk van der Esch van de Orchidee Scholengroep staat in het Kernthema Good Governance nummer 6, dat in november aan de VOS/ABB-leden is verstuurd. De digitale versie van dit kernthema staat op www.vosabb.nl (publicaties).
Martin van den Bogaerdt
Kritiek op Wouter Bos
Rinnooy Kan liet in november voor de behandeling van de OCW-begroting door de Tweede Kamer aan VOS/ABB weten dat de ruim 1 miljard euro extra voor de versteviging van de positie van de leraren niet alleen binnen de onderwijsbegroting moest worden gevonden. Dat noemde hij een ‘onbevredigende oplossing’, waarmee hij impliciet kritiek leverde op minister Wouter Bos van Financiën. Hij was het ‘roerend eens’ met elf jongeren- en studentenorganisaties die de website www.1miljard.nl lanceerden. De initiatiefnemers van deze site gaven aan dat ook andere kabinetsleden geld moesten uittrekken voor bestrijding van de groeiende lerarentekorten, omdat die een breed maatschappelijk probleem vormen.
Rinnooy Kan: de invloedrijkste
De wiskundige en econometrist Alexander Rinnooy Kan (1949) is sinds augustus 2006 kroonlid en voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER). Hij begon zijn carrière als wiskundig redacteur voor de Spectrum Encyclopedie. In de jaren zeventig werkte hij voor de Technische Universiteit in Delft. In 1977 vertrok hij naar de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waar hij in 1986 rector magnificus werd. In die periode was hij ook gasthoogleraar in de Verenigde Staten, aan de universiteiten in Berkeley en Boston. In 1991 werd hij voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO, die in 1995 fuseerde tot VNO-NCW. Van 1996 tot 2006 zat hij in de raad van bestuur van bank/verzekeraar ING. In oktober 2007 werd Rinnooy Kan na een analyse van de Erasmus Universiteit uitgeroepen tot de invloedrijkste bestuurder van Nederland. Rinnooy Kan is lid van D66.