Leren van elkaar: een sterk cement
Professionals kunnen veel aan elkaar hebben. Door uitwisselen van ervaringen, door reflectie en samenwerking leren ze van elkaar. Het klinkt evident, maar juist in het onderwijs is het nog geen gemeengoed. Daar wordt vaak solistisch gewerkt. Een aantal basisscholen en een schoolbestuur uit de regio Eindhoven willen dit patroon doorbreken. Zij begonnen het project Ontwikkeling van een professionele leergemeenschap.
“Een professionele leergemeenschap is een werkplek – in ons geval een school – waar mensen lerend met elkaar omgaan”, zegt Marianne Boschman, directeur van basisschool De Mijlpaal in het Brabantse Nuenen. Samen met vier andere scholen wil De Mijlpaal zich ontwikkelen tot zo’n professionele leergemeenschap. “We denken namelijk dat we in zo’n setting beter in staat zijn om onze doelen te realiseren.”
Ook Annemie Martens, algemeen directeur van het bestuur voor openbaar onderwijs PlatOO in Helmond, ziet kansen. “De mensen die deel uitmaken van een professionele leergemeenschap zijn permanent bezig om met elkaar te overleggen en te onderzoeken hoe ze hun werk beter kunnen doen. Uiteindelijk willen we dat de vijf deelnemende scholen betere resultaten bereiken met de kinderen, dat ze er nóg beter in slagen om elk kind optimaal tot zijn recht te laten komen. In die zin beschouw ik het dus echt als een instrument om de kwaliteit van het primaire proces te verbeteren”, aldus Martens.
Het einddoel is dus voor alle scholen gelijk – betere leerlingresultaten - maar de concrete invulling is heel verschillend. De ene school wil bijvoorbeeld leerateliers inrichten en leerarrangementen gaan aanbieden. Een andere school wil een uitdagender leeromgeving creëren, om beter tegemoet te komen aan de natuurlijke leergierigheid van de leerlingen.
Cement
Op de school van Marianne Boschman ligt het accent op de invoering van het ‘Nieuwe Leren’, waarmee enkele jaren geleden een begin is gemaakt. ”Het Nieuwe Leren is een onderwijsconcept, waarmee de leerlingen een grotere verantwoordelijkheid krijgen, zelfstandiger worden en beter leren samenwerken. Als wij echt een professionele leergemeenschap worden, zal dat de invoering van dit nieuwe onderwijsconcept ondersteunen”, verwacht Boschman.
Zij legt uit hoe ze dat bedoelt. “Toen wij aan het project Professionele Leergemeenschap begonnen, was niet iedereen direct enthousiast. Kwam er wéér iets nieuws bij, waarin energie moest worden gestoken? En dat terwijl er al zoveel was, bijvoorbeeld het genoemde Nieuwe Leren en Opleiden in de school. Ook in dat laatste steken we veel energie. We zijn zelfs uitgeroepen tot beste opleidingsschool van 2005/2006, maar dat terzijde. Inmiddels hebben we een aantal bijeenkomsten gehad over het project Professionele Leergemeenschap en ik zie dat de stemming omslaat. Men gaat beseffen dat het niet iets éxtra’s is, maar dat het vooral gaat om een andere mentaliteit en cultuur. Door met elkaar te onderzoeken, te leren en te verbeteren krijg je meer voor elkaar. Het versterkt dus de andere zaken waarmee we bezig zijn, het werkt als een soort – versterkend - cement.”
Zes seminars
De professionele leergemeenschap stopt overigens niet bij de deuren van de eigen school. Integendeel. In het project participeren vijf scholen, die van elkaar en met elkaar gaan leren. Er zijn bijvoorbeeld verschillende bovenschoolse werkgroepen en er vinden de komende twee jaar zes seminars plaats, waaraan sleutelpersonen van de scholen deelnemen, bijvoorbeeld directeuren, ib’ers en bouwcoördinatoren. Er komen onderwerpen aan bod die voor elke school relevant zijn in het proces om een professionele leergemeenschap te worden. Bijvoorbeeld: de rol van begeleidingsgesprekken, vergroten van betrokkenheid, monitoring, collectief leren en reflectie. Elk seminar duurt van negen tot vijf uur, dus vraagt om een serieuze investering.
De Fontys Hogeschool speelt een belangrijke rol in het geheel. Lector Eric Verbiest, al jaren actief bezig met het onderwerp professionele leergemeenschap, tekent voor de inhoudelijke invulling van de seminars.
Nulmeting
Naast de bovenschoolse activiteiten, krijgen de vijf deelnemende scholen ook maatwerkbegeleiding, van Fontys en van Doba Onderwijsadviseurs. Om te bepalen welke begeleiding nodig is, vindt op dit moment een soort nulmeting plaats. Elk team vult een vragenlijst in, waaruit kan worden afgeleid in welke mate de school al als professionele leergemeenschap functioneert. Op de ene school staat het misschien – op onderdelen – nog in de kinderschoenen, terwijl op een andere school de onderzoekende en samenwerkende houding misschien al meer is ingeburgerd.
Op basis van de analyse van de vragenlijst gaan de teams hun koers voor de komende twee jaar uitzetten; ze gaan bepalen aan welke aspecten van de professionele leeromgeving ze gaan werken en op welke manier, en waar ze over twee jaar willen staan.
Financiën
De totale kosten van het project bedragen bijna anderhalve ton. Grootste kostenposten: de zes seminars, de kosten van de schoolbegeleiding en de personeelskosten van de scholen (in verband met deelname aan werkgroepen en seminars).
Het PO Platform Kwaliteit en Innovatie heeft een subsidie van 37.500 euro toegekend. Vanwege het innovatieve karakter van het project en de toekomstige commerciële mogelijkheden ervan investeren Fontys Pabo Eindhoven en de Fontys MD-groep beide 27.000 euro. De betrokken scholen betalen de personeelskosten zelf, PlatOO draagt het resterende bedrag bij.
Meer informatie over dit project op http://schoolaanzet.nl/innovatieprojecten/goedevoorbeelden
Karin van Breugel