‘Meer samenwerking zoeken met bedrijfsleven’
Guido Beckers, directeur van vmbo-school Het Kwadrant in Weert, heeft onlangs de Prof. Johan van der Sanden erepenning gekregen. Dit is een onderscheiding voor mensen die zich inzetten voor het vmbo en een positieve bijdrage leveren aan het imago van deze onderwijsvorm. Een gesprek met een ‘vmbo-gek’, zoals Beckers zichzelf noemt.
Trots op de erepenning?
“Natuurlijk! Ik ben pas de tweede in Nederland die deze penning heeft ontvangen, dat is op zich al bijzonder. Maar wat het voor mij extra speciaal maakt: de erepenning is vernoemd naar professor Johan van der Sanden. Ik kende hem persoonlijk en heb zijn werk altijd bewonderd. Er zijn nauwelijks wetenschappers die zich toeleggen op de beroepsdidactiek in het vmbo. Hij deed dat wél.”
In het juryrapport staat: ‘Overal waar u werkt, laat u een spoor achter’. Typeert u dat spoor eens.
“Ik ben altijd groot voorstander geweest van het vmbo. Vanaf de introductie ervan heb ik gezocht naar manieren om het vmbo krachtig en zinvol in te vullen. Ik ben landelijk actief geweest, bijvoorbeeld binnen de Projectgroep vmbo. Ik heb me vanaf het begin sterk gemaakt voor het ontwikkelen van brede programma’s, ben voorzitter geweest van de commissie intersectorale programma’s die ‘De 11 rode draden’ publiceerde (‘Breed waar het kan, smal waar het moet’), zocht aansluiting met mbo-instellingen en initieerde bovenschoolse samenwerkingsvormen en regionale arrangementen.”
Sinds vorig jaar bent u directeur van Het Kwadrant in Weert. Wat maakt deze school bijzonder?
“Het Kwadrant is in allerlei opzichten een unieke school, die enorm aan de weg timmert. Een opmerkelijk feit: we hebben geen eigen brin-nummer, horen officieel bij twee andere scholen. Mede dankzij deze constructie zijn wij in staat om hier in Weert een ongedeeld vmbo te creëren. We hebben straks álle leerwegen in huis: praktijkonderwijs, theoretische en beroepsgerichte leerwegen en alle vier de sectoren. Geweldig! Ik vind dat het vmbo óveral in Nederland op deze manier had moeten worden vormgegeven. Helaas zie je dat met name de theoretische leerweg op veel plaatsen úít het vmbo is gehaald.”
Wat is volgens u het belang van een ongedeeld vmbo?
“Toen ik ooit op de mavo werkte, stroomde tachtig procent van de eindexamenleerlingen door naar de havo. Van de leerlingen die het vmbo-t verlaten, gaat nu nog maar acht tot tien procent naar de havo en de verwachting is dat dit percentage verder afneemt. Het is dus heel merkwaardig dat de focus van vrijwel alle tl-leerlingen (en vooral ook van hun ouders!) op de havo is gericht. Men heeft het idee dat je naar de havo moet, terwijl dat in werkelijkheid dus maar voor weinigen is weggelegd.
Het gaat er niet zozeer om dat de havo voor deze leerlingen te moeilijk is, maar zij hebben gewoon ándere capaciteiten. Laat ik het zo zeggen: we willen in Nederland een kenniseconomie worden. Volgens mij slagen we daar alleen in als we ervoor zorgen dat de meest intellectuele jongvolwassenen in het wetenschappelijk onderwijs terecht komen. De rest zou een vak moeten leren, op hbo- of mbo-niveau. Het beroepsonderwijs wordt veel te laag gewaardeerd - voor veel jongeren en hun ouders is een witteboordenbaan het ideaal, handwerk vinden ze vies. Zij realiseren zich waarschijnlijk niet dat we aan de vooravond staan van een schreeuwend tekort aan goede vakmensen.”
Helder, maar hoe verhoudt zich dat tot uw voorkeur voor een ongedeeld vmbo?
“Op een ongedeeld vmbo, zoals Het Kwadrant, komen óók de tl-leerlingen in aanraking met de beroepsgerichte sectoren, al is het misschien op een theoretische manier. Deze setting is een betere voorbereiding op de toekomst die voor hen in het verschiet ligt: het middelbare beroepsonderwijs.
De oriëntatie op het beroep vind ik overigens nog wel een punt van zorg. Leerlingen moeten in het vmbo gaan bepalen welke loopbaan ze ambiëren. Ik vind dat vmbo-scholen ervoor moeten zorgen dat leerlingen zich breed kunnen oriënteren, ook over de sectorgrenzen heen. Natuurlijk doen scholen aan keuzebegeleiding, praktische sectororiëntatie en loopbaanoriëntatie. Dat is echter vaak te incidenteel en er ontbreekt een bepaalde diepgang en toekomstgerichtheid. Ik denk dat er veel meer samenwerking moet worden gezocht met het bedrijfsleven.”
Heeft Het Kwandrant daarom onlangs een convenant met het bedrijfsleven gesloten?
“Dat heeft ermee te maken. Dit convenant is ondertekend door een aantal grote bedrijven, die zich zeer betrokken voelen bij ons onderwijs en ook daadwerkelijk iets voor ons willen betekenen. Dat is geweldig fijn. De meeste bedrijven laten het echter volledig afweten als het erop aankomt. Onderwijs en bedrijfsleven begrijpen elkaar vaak helemaal niet. Dat vind ik een frustrerend probleem. De meeste bedrijven realiseren zich niet dat wij hen heel hard nodig hebben. Zij moeten hun deuren openzetten voor onze leerlingen, ervoor zorgen dat leerlingen echt in contact komen met vakmensen, die hun kunnen vertellen wat een vak inhoudt, die hen meenemen en dingen vertellen die relevant zijn voor hun loopbaan. Laat leerlingen meelopen in het bedrijf.
Bedrijven kunnen natuurlijk ook de school in komen. Neem onze afdeling Zorg en Welzijn. Ik zou het toejuichen als medewerkers van zorginstellingen daar hun gezicht laten zien en met de leerlingen praten, zodat ze gaan begrijpen in welke wereld ze straks terechtkomen. Bedrijven zien dit helaas als een investering waar ze niet direct iets voor terugkrijgen. Ze vergeten blijkbaar dat hun toekomstige vacatures moeten worden ingevuld door mensen die nu op school zitten.”
Tot slot nog even over uw erepenning. Hiermee wordt u ambassadeur van het vmbo. Is dat prettig?
“Dankzij deze penning krijg ik een groter podium om mijn geluid te laten horen en om mijn visie op het vmbo wereldkundig te maken. Daar ben ik blij mee. Ik wil elke kans aangrijpen om met elkaar te discussiëren en na te denken over de beste invulling van het vmbo. Als ik eraan kan bijdragen om het vmbo een goede plek te geven in een krachtige beroepskolom, zal ik dat niet nalaten!”
Karin van Breugel
Erepenning
De Prof. Johan van der Sanden erepenning werd vorig jaar voor de eerste keer uitgereikt door de Adviesgroep vmbo. Met deze erepenning wil zij op een positieve manier aandacht besteden aan de trots in het vmbo en aan de vele initiatieven die erop gericht zijn om de vmbo-leerlingen een veilig en succesvol leerhuis te bieden. De erepenning is vernoemd naar Johan van der Sanden (1948-2005), lector in de didactiek van het beroepsonderwijs in Eindhoven.