Zeeuwse scholen werken samen in de strijd om leerlingen

Miljoenenvoordeel door gezamenlijke inkoop

Zestien Zeeuwse onderwijsinstellingen beginnen op 1 januari met een uniek samenwerkingsproject: het Diensten Centrum Onderwijs. Dit DCO is opgericht voor de gezamenlijke inkoop van diensten en producten. Naar verwachting levert dat straks fors financieel voordeel op. Het uitgespaarde geld wordt gebruikt om imago en kwaliteit van het Zeeuwse onderwijs verder te versterken.

Elf scholen voor voortgezet onderwijs, zowel openbaar als bijzonder, doen mee aan het DCO, naast drie ROC’s en twee instellingen voor hoger onderwijs. Een van die vo-scholen is Pontes Het Goese Lyceum, een openbare school met 2100 leerlingen, verdeeld over gymnasium, tweetalig vwo, atheneum, havo en vmbo. Dat is voldoende om de school goed te laten draaien, vertelt rector Toine Wevers. “Maar er zijn in Zeeland ook kleinere scholen, waarvoor het moeilijk kan worden alle soorten onderwijs in stand te houden. Het DCO is een wapen om een uittocht van leerlingen naar gebieden buiten Zeeland tegen te gaan.”
Niet voor niets is het DCO voortgekomen uit het Akkoord Zeeuwse Kenniseconomie in 2005, op initiatief van de Hogeschool Zeeland. De onderwijsinstellingen die daarvoor tekenden, willen de basis van het Zeeuwse onderwijs versterken. Dit omdat veel studenten, maar ook vo-scholieren, Zeeland uit trekken voor hun studie of school. Zeeland is dunbevolkt en steden als Breda of Amsterdam lokken.
Een manier om toch studenten en scholieren aan je te binden, dachten ze in Zeeland, is je onderscheiden. ‘Als je dan klein bent, zorg dan dat je beter bent dan de grote onderwijsinstellingen, die op veel studenten (en docenten) overkomen als leerfabrieken’, was de gedachte. Een goed voorbeeld is de Roosevelt Academy in Middelburg, die twee jaar geleden bijzonder hoog scoorde in een onderzoek van opinieblad Elsevier. In 2006 plaatste de universiteit van Sjanghai de Academy op de zesde plaats van universiteiten in Europa.

Gezamenlijke arbodienst
De kleine Roosevelt Academy is dan ook een van de twee instellingen voor hoger onderwijs die meedoen aan het DCO. De andere is de Hogeschool Zeeland. Behalve de drie ROC´s en elf vo-scholen in Zeeland - waaronder naast Pontes Goes ook de openbare scholen Scheldemond in Middelburg en De Rede in Terneuzen - hebben zich nog twee onderwijsinstellingen in West-Brabant aangesloten bij het samenwerkingsverband. Het DCO gaat voor al deze onderwijsinstellingen gezamenlijk producten en diensten inkopen. Daardoor kunnen fikse kortingen worden bedongen, bijvoorbeeld op contracten voor schoonmaak- en arbodiensten.
”Reken maar uit,” zegt Wevers, “Een gezamenlijke arbodienst betekent alleen voor onze school een korting van 10.000 euro. Dan zit je al gauw op anderhalve ton voor alle deelnemers.” En daar komen nog voordelen bij door het uitsparen van uren per school om deze diensten te regelen en administreren. Daarvoor in de plaats gaat een personeelslid dit gezamenlijk voor alle deelnemers doen. Alle deelnemers betalen op basis van hun jaaromzet contributie om gebruik te kunnen maken van de gezamenlijke producten en diensten. Van de contributie wordt het salaris betaald voor de werknemer die zich bezig gaat houden met de gezamenlijke inkoop van producten en diensten. Voor de Pontes Scholengroep (omzet 1.936.000) is een contributie vastgesteld van 5.360 euro.
Momenteel verkeert het project nog in de startfase. Voor de start is uitvoerig onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Het Rijk heeft anderhalf miljoen subsidie gegeven omdat het een initiatief is dat de Zeeuwse kenniseconomie versterkt. Wevers verwacht dat de eerste concrete gezamenlijke dienst de arbo zal zijn. Wat producten betreft: er zijn plannen om papier, gas, elektra en buskaarten gezamenlijk af te gaan nemen.

Miljoenenvoordeel
Het voordeel kan oplopen tot 4,5 miljoen per jaar voor alle scholen bij elkaar. Door dit verwachte voordeel zijn de scholen in Zeeland op één lijn gekomen, vertelt de rector van het Pontes. Zowel openbare als bijzondere. De noodzaak iets te ondernemen bleek sterker dan de oude zuilen van de scholen.
Een volgende stap zou kunnen zijn de docenten gezamenlijk te werven. Of niet? Wevers: “Dat wordt moeilijk want het onderwijskundig profiel van de scholen is heel verschillend. En nog een stap verder, fuseren, dat zal nooit gebeuren. We zoeken wel naar de grenzen van de mogelijkheden om elkaar te helpen.” De deelnemende onderwijsinstellingen blijven dus volledig autonoom. Wel wordt gedacht aan een gemeenschappelijke administratie.
Er is één onderwijsinstelling in Zeeland die niet meedoet: het Reformatorisch ROC. Hier bleek de verzuiling toch sterker dan de beoogde schaalvoordelen van samenwerking.

Het geld dat de onderwijsinstellingen uitsparen, gaan ze benutten om de kwaliteit van het onderwijs te versterken, zodat minder studenten en leerlingen zullen wegtrekken naar andere delen van het land. Toch blijft de situatie in Zeeland zorgelijk, zegt Wevers. “Je kunt wel je kwaliteit verbeteren maar ouders laten zich niet dwingen bij onderwijskeuzen en leerlingen en studenten ook niet.” Verloop zal er dus wel blijven, maar het ´Zeeuwse model´is een sterk wapen.

Jurgen van Dijk

 

Service Center ICT

Het Zeeuwse DCO bestaat uit twee pijlers. In het DCO Platform gaan de onderwijsinstellingen producten en diensten inkopen. De arbo-dienst wordt waarschijnlijk het eerste wapenfeit, gevolgd door de schoonmaakdienst. Later kijkt men of samenvoeging van de repro-diensten en een gezamenlijke administratie mogelijk zijn.
De tweede pijler wordt gevormd door DCO Service Center ICT. Het ziet ernaar uit dat deze in een aparte bv wordt ondergebracht. De bedoeling is dat alle deelnemers hun centrale computers (servers) op twee plekken neerzetten: Vlissingen en Terneuzen. Op dit moment maken drie onderwijsinstellingen die in het DCO zitten al gebruik van het nieuwe Service Center ICT.

 

Kwaliteitsimpuls

Het DCO biedt de deelnemers een kwaliteitsimpuls door de oprichting van kennisnetwerken. Er komen kennisnetwerken op vijf gebieden: personeel en organisatie, facility management, ict, kwaliteitszorg en financiën. Citaat uit het startdocument Diensten Centrum Onderwijs: “Een kennisnetwerk draagt zorg voor het vergaren, vermeerderen, overdragen en delen van kennis op haar werkgebied. In dat kader organiseert een kennisnetwerk bijeenkomsten.” Dat gebeurt afwisselend bij een van de leden van het DCO. De leden stellen hun gebouwen en faciliteiten kosteloos ter beschikking aan de kennisnetwerken. Medewerkers van de aangesloten onderwijsinstellingen kunnen er gebruik van maken.